Zelfreflectie formulier

Hieronder vind u het zelfreflectie formulier!

Zelfreflectie formulier

Toelichting Zelfreflectie formulier CBR

Omgaan met het voertuig

Eerste zin:
Onder normale omstandigheden bedien ik de auto op een technisch juiste wijze.

  • Denk aan juiste versnelling bij de juiste snelheid.
  • Juiste versnelling en snelheid bij het naderen van verkeerssituaties (denk aan; kruispunten, rotondes, bijzonder weggedeelte zoals VOP, of in en uitrit.)
  • Juiste manier van sturen (doorgeef methode, overpak methode)
  • Vloeiende manier van schakelen, Comfortabel rijgedrag, dus niet stuiterend door het verkeer.

Tweede zin:
En heb ik de auto onder controle.

  • Denk aan wegrijden van de rechterzijde van de rijbaan dat de auto niet vooruit schiet.
  • Bij het nemen van bochten de auto plots versnelt tegen jou wil in.
  • Geen stoepranden en andere voorwerpen of personen raakt.
  • Dat je koersvast bent, en altijd op je eigen weghelft rijd
  • Nauwe doorgangen goed weet in te schatten hoeveel je snelheid moet verminderen om veilig te passeren.

Veiligheid

Eerste zin:
Ik houd voldoende afstand van het verkeer dat voor mij rijd.

  • Denk aan de minimale volgafstand van 2 sec!! Tellen als 21, 22
  • als je moet stoppen bij verkeerslicht dat je de achterbanden nog kan zien van je voorligger
  • Bijvoorbeeld bij afslag komt een vrachtwagen je tegemoet, omdat deze ver uitzwaait door de bocht blijf je op voldoende afstand zodat de vrachtwagen eerst de bocht kan maken.
  • Je bent altijd voorbereid dat je voorligger onverwacht kan gaan remmen.

Tweede zin:
en ik zorg voor voldoende ruimte rondom de auto.

  • Denk hierbij bv aan het passeren van fietsers, er moet dan minimaal 1 tot 1,5 meter ruimte zitten tussen jou en de fietser.
  • Als je bv achter de fietser rijd en je hebt nog niet genoeg ruimte om in te halen blijf je minimaal 5 a 8 meter achter de fietser, altijd in de 2e versnelling afhankelijk van de gereden snelheid met of zonder slippende koppeling.
  • Ook is deze van toepassing zijn bij bijzondere manoeuvres, als je te dicht bij obstakels komt, bv paaltjes, tuinbielzen, andere auto’s, hekjes etc.etc.
  • Als je langs geparkeerde auto’s rijd minimaal daar waar mogelijk portier breedte afstand houden

Derde zin:
Mogelijke gevaren herken ik op tijd.
Welke vaardigheden spelen bij gevaarherkenning een rol

  • het vroegtijdig zien van het opdoemende gevaar;
  • de inschatting van de omvang van het gevaar;
  • de keuze van de handelingen om het gevaar af te wenden;
  • de uitvoering van de gekozen handelingen.
  • Mogelijke gevaren zijn bv: er rolt een bal over straat, of er staat kinderspeelgoed langs de weg.
  • Of in de buurt loopt een loslopend huisdier.
  • Een stilstaand auto, busje of vrachtauto met waarschuwingsverlichting aan staat te laden en te lossen.
  • Een stil staande auto waarvan de motor loopt en verlichting aan is, houd je er dan rekening mee dat deze plots weg kan rijden.
  • Bij naderen van omkerende voertuigen zelf zeker weten dat als je je voorrang wilt nemen je wel gezien bent door de persoon die aan het keren is.
  • Je herkend op tijd wat voor kruispunt je nadert en je weet wat je daar moet doen.

Bij kruispunten altijd zorgt dat je 30 meter daarvoor teruggeschakeld bent naar de juiste versnelling en nader je het kruispunt met aangepaste snelheid afhankelijk van het zicht  en de verkeerssituatie.

Om mogelijke gevaren te herkennen moet je uiteraard altijd zeer actief om je heen scannen (kijken) wees nieuwsgierig! Hoe beter en actiever je kijkt hoe rustiger het verkeersbeeld wordt.

Doorstroming

Eerste zin:
Ik hinder het andere verkeer niet onnodig.

Denk hierbij aan:

  • Dat je de maximum snelheid rijd daar waar de verkeersituatie dat toelaat.
  • Dat je bij afslagen goed voorsorteert, om de bestuurders die de andere kant op willen door kunnen.
  • Dat je niet op fietsstroken blijft rijden als er niet directe noodzaak daartoe is.
  • Dat je bij bijzondere manoeuvres altijd de optie kiest waarbij je het minste hinder veroorzaakt.
  • Dat je voorspelbaar bent, bv bij het verlaten van een rotonde je richting gebruikt.
  • Dat je op tijd communiceert met je richtingaanwijzer voordat je gaat afremmen.
  • Dat je altijd nacontrole doet om te voorkomen dat het achteropkomende verkeer voor jou in de remmen moet.
  • Dat je op de snelweg andere bestuurders ruimte geeft bij het invoegen als je daar de mogelijkheden toe hebt (is niet verplicht maar wel zo netjes)
  • Als je voorrang moet verlenen dit ook duidelijk kenbaar maakt aan je medeweggebruiker door op tijd je snelheid aan te passen of te stoppen.

Tweede zin:
En zorg dat dat zoveel mogelijk kan doorrijden

  • Dat jij je snelheid zo aanpast dat je goed kan anticiperen en niet onnodig tot stilstand hoeft te komen.
  • Dat je besluitvaardig bent.
  • Goed voorsorteren, denk aan einde afritten van snelweg, of bij kruispunten zodat het andere verkeer door kan stromen.
  • Denk bij afslaan naar rechts op een recht doorgaande weg rechts voorsorteren om de fietsstrook af te sluiten. Let op dit mag alleen als je bij de actie geen fietsers hindert

Sociaal rijgedrag

Eerste zin:
Bij het autorijden houd ik rekening met gedragingen van zwakkere verkeersdeelnemers zoals kinderen, ouderen, voetgangers en fietsers

denk aan:

  • Kinderen zijn onvoorspelbaar en kunnen dus onverwachte bewegingen maken. Het is dan aan jou om daar uiterst voorzichtig mee om te gaan
  • Ouderen zijn daarentegen uiterst voorzichtig en niet erg snel meer, het voor laten gaan in uiteraard daarvoor lenende verkeerssituatie is meer dan sociaal. Denk aan ouderen lopende met rollator, of ouderen die heel veel twijfel hebben om ergens over te steken.
  • Voetgangers en fietsers, de grootste groep, ook hier verwacht het onverwachte, vooral bij de schooljeugd fietsers deze willen nog wel eens voorrang nemen waar ze er eigenlijk geen recht op hebben.
  • Houd speciaal rekening met lichamelijk of visueel gehandicapten!! Het is sociaal verplicht om deze groep voorrang te verlenen als zij willen oversteken.

Tweede zin:
Ik houd rekening met het andere verkeer en vang fouten van andere zo goed mogelijk op.

Denk aan:

  • Een voorrang situatie waar jij recht hebt op voorrang maar niet krijgt.
  • De ander maakt een te ruime bocht waarbij jij dan in actie moet komen om een aanrijding te voorkomen.
  • Iemand rijd weg uit een parkeervak of van der rechterzijde van de rijbaan maar ziet jou niet.
  • Iemand maakt een zijdelinkse verplaatsing maar ziet jou niet.

Let op: als jij niet reageert op dit soort fouten van anderen en examinator moet fysiek of mondeling ingrijpen om een aanrijding te voorkomen ben je 99 van de 100 keer gezakt!

Milieubewust rijden
Ik weet hoe ik milieubewust moet rijden en ik pas dat in de praktijk toe.

Denk aan:

  • Zoveel mogelijk de auto uit laten rollen zonder koppeling erbij te pakken, alleen als het toerental niet meer verenigbaar is met de snelheid dan moet je de koppeling er wel bij pakken of slippend maken om te voorkomen dat de auto gaat sputteren en zelfs kan afslaan.
  • Bij het wegrijden dat je telkens rond de 2200 -2500 toeren schakelt, let op als je een 80 km weg opdraait mag dat wat vlotter rond de 2500 – 3000 toeren. En om in een verkeerd ingeschatte situatie zo min mogelijk hinder te veroorzaken of de veiligheid te blijven waarborgen tussen de 2500 – 5000 toeren (veiligheid gaat boven milieu)

Toelichting van volgende zin:
Als het toerental niet meer verenigbaar is met de snelheid die je rijd.

Voorbeeld:
Als je in de 1e versnelling rijd en je hebt de koppeling los blijft de auto rijden op een snelheid
tussen de 8 – 10 km per uur dit noemen we dan de stationaire snelheid.

Als je in de 2e versnelling rijd en je hebt de koppeling los blijft de auto rijden op een snelheid
tussen de 15 – 18 km per uur

Als je in de 3e versnelling rijd en je hebt de koppeling los blijft de auto rijden op een snelheid
tussen de 28 – 30 km per uur

Als je in de 4e versnelling rijd en je hebt de koppeling los blijft de auto rijden op een snelheid
tussen de 45 – 48 km per uur

Als je in de 5e versnelling rijd en je hebt de koppeling los blijft de auto rijden op een snelheid
tussen de 57 – 60 km per uur

Als je gaat remmen en je remt de snelheid onder de stationaire snelheid dan dien je altijd de koppeling op z’n minst slippend te maken om te voorkomen dat de auto gaat sputteren of in het slechtste geval afslaat.

 

.